beeld uit de plan-app

Hersenletsel? Met een app op je telefoon oefen je manieren om dat op te vangen.

Laatst bijgewerkt 16 jul 2025

Yellow Riders, dat werkt vanuit Arnhem en Nijmegen, ontwikkelt games en apps voor mensen met niet aangeboren hersenletsel (NAH). Niet om ze weer te laten herstellen, maar om ze te leren compenseren voor het functieverlies door de hersenschade.
Waar traditionele zorg nog vaak papier en fysiek contact kent, ontwikkelt dit bedrijf samen met Radboud Universiteit, Donders Instituut en zorginstelling Klimmendaal digitale oplossingen om mensen te trainen.

In dit artikel vertelt medeoprichter en partner Stephan Aarts over Karman Line, een serie games en apps, en hoe deze tools het dagelijkse leven van patiënten transformeren.

beeld uit app

Van IT-consultant naar maatschappelijk pionier

Aarts komt uit de IT-wereld, maar raakte betrokken bij een initiatief met Siza, een zorgorganisatie die zich richt op mensen met een beperking. Aarts en zijn team ontwierpen een game voor overprikkeling, om cognitieve vaardigheden te trainen. Hoewel de game bij wetenschappers van het Donders Instituut in Nijmegen in goede aarde viel, wezen ze op een belangrijk verschil: “Dit was functietraining,” vertelt hij. “zij wilden compensatiestrategieën trainen.”

Op voorstel van professor Luciano Fasotti en professor Dirk Bertens werd het bedrijf van Aarts, Yellow Riders, betrokken bij een project rond NAH, in samenwerking met Klimmendaal Revalidatie in Arnhem.

“Daarmee hebben we een subsidie gekregen en kon Karman Line van de grond komen,” zegt Stephan. Een bijzondere stap, want het is uniek hoe zorg, wetenschap en technologie hier samenkomen. “Daarom zijn we ook naar deze regio verhuisd met het bedrijf, vanwege deze samenwerkingen.”

beeld uit de app

Oefenen voor het dagelijks leven

Het resultaat is indrukwekkend, Karman Line bestaat uit 50 training-games en vier bijbehorende apps, ontwikkeld in co-creatie met de Radboud Universiteit, het Donders Instituut en Klimmendaal. Waar functietraining zich richt op het herhaald oefenen van specifieke vaardigheden, zet Karman Line in op het compenseren van cognitieve beperkingen.

Dit vertaalt zich in concrete, herkenbare oefeningen.
Zoals bijvoorbeeld om te koken: plannen, ingrediënten klaarzetten, tijdmanagement en brand voorkomen.
Of om te reizen: hoe kom je in een simulatie-omgeving van punt A naar B, rekening houdend met verkeerslichten, tankstations, afleiding en onverwachte obstakels.
Ook andere plan- en doelgerichte taken komen aan bod, waarbij de gebruiker een doel kiest, bijvoorbeeld: brood halen. Dan volgt stapsgewijze begeleiding, van sleutels meenemen tot brood uitkiezen en betalen.

De vier apps spelen in op specifieke cognitieve domeinen: planvaardigheid, taken uitvoeren onder tijdsdruk, energie en belastbaarheid en geheugen.

Uniek is de integratie van AI: “We personaliseren trainingen,” licht Aarts toe. “Onze apps voorspellen wanneer iemand afhaakt door overprikkeling of vermoeidheid. De AI-assistent waarschuwt op het juiste moment en geeft coaching bij fouten.”
Stel: er ontbreekt boter op een boterham. Waar normaal een therapeut ingrijpt, geeft de virtuele assistent alternatieven, zoals olie of gewoon alleen beleg, zodat de gebruiker zelfstandig een passende beslissing neemt en niet wacht tot er hulp komt.

Een grote groep patiënten kan nu wél geholpen worden

Aarts is ervan overtuigd dat er nog een wereld te winnen is voor een grote, vaak onzichtbare, groep die vanwege tijdsdruk of gebrek aan passende zorg nu geen hulp zoekt.

“Er zijn veel mensen met mild niet-aangeboren hersenletsel (NAH) die blijvende problemen ervaren met plannen, omgaan met tijdsdruk, vermoeidheid of geheugen. Daarvoor biedt Karman Line een laagdrempelige en effectieve therapie die eenvoudig thuis gevolgd kan worden.”

beeld uit de app

Van papier naar digitaal

Voorheen was papier de standaard. Een patiënt krijgt daarbij stapels A4’tjes mee naar huis, modules over executieve functies, tijdsdruk, geheugen en energiebeheer. Maar Aarts erkent: “Een NAH-patiënt doet er al een half uur over om één A4 te lezen, zonder te onthouden wat erop staat.”

Daarom digitaliseert het bedrijf het door de universiteit ontwikkelde ‘stop-controleren’-schema. Wat eerst een papiertje was dat patiënten in hun zak doen, zit nu in de plan-app. Je stelt je doelen in, doorloopt stappen, en hij staat altijd paraat. “Mensen verliezen het papiertje en het herinnert niet zelf,” zegt Stephan. “De app wel.”

Toch blijft papier beschikbaar voor diegenen die liever niet met een smartphone werken, al is het gebruik laag. “De meeste mensen gebruiken hun telefoon al,” vertelt Aarts. En voor wie nog twijfelt: “Als je te oud bent of het niet kunt, blijven er papieren alternatieven.”

Bewezen impact en implementatie in de praktijk

Twee promotiestudenten onderzochten de effectiviteit van de digitale trainingen. “We weten precies welke mensen er baat bij hebben – zowel lichte als complexere gevallen,” zegt Aarts. Inmiddels gebruiken zo’n 850 mensen de tools via 11 revalidatiecentra in Nederland.

Ook bespaart de digitale aanpak zorgverleners tijd. “Bij 10 consulten besparen we gemiddeld twee sessies,” zegt Stephan. En als de patiënt buiten de kliniek zelfstandig aan de slag kan, loopt dat op tot 50-70% minder begeleidingstijd. Dat is een significante tijdwinst voor therapeuten én patiënten. Bovendien zijn deze sessies digitaal te volgen, via telefoon, app of videogesprek.”

Dat maakt de therapie hybride: een keer per week live contact gecombineerd met twee keer per week digitale training. Deze aanpak is inmiddels ingebed in het zorgtraject bij Klimmendaal, dat Karman Line gebruikt als een formele therapievorm in de revalidatiezorg. En er is zelfs financiële ruimte: “Uren die patiënten thuis maken, kunnen nu gecodeerd en gedeclareerd worden. Het is een administratieve uitdaging, maar het werkt.”

beeld uit de app

Breder

Aarts ziet een breder toekomstperspectief: “Cognitie blijft ons vertrekpunt, we willen ook gaan kijken naar Alzheimer, dementie, ouderdom, de nasleep van kanker, burn-out, allemaal gericht op dezelfde kernprincipes: planning, geheugen, tijdsdruk en energie.

Met elf meewerkende centra in Nederland is Yellow Riders landelijk actief en klaar voor verdere expansie. Een sterk netwerk en nieuwe technologieën maken opgeschaalde dienstverlening aan nieuwe doelgroepen mogelijk.

Het doel? Eén van de deelnemers vatte samen: “Als ik dit eerder had gehad, dan had ik een jaar geleden al weer kunnen werken.”

De eerste vier maanden van Alexandra van Huffelen als bestuursvoorzitter van de Radboud Universiteit waren niet kleurloos. Ze kreeg te maken met meerdere uitdagingen op de campus. Een mooi moment was de officiële lancering van Lifeport Regio Arnhem Nijmegen, waarbij ook regionale kennisinstellingen de samenwerking met elkaar en de wereld om hen heen zoeken. Zo ziet Van Huffelen het graag.

Op woensdag 4 juni werd het officiële startsein gegeven voor Lifeport Regio Arnhem Nijmegen. Die naam staat vanaf nu symbool voor triple-helix-samenwerking in de regio. Acht kennisinstellingen (Radboud Universiteit, Radboudumc, de HAN,  ArtEZ, Van Hall Larenstein, ROC Nijmegen, Rijn IJssel en Yuverta) maakten die dag bekend elkaar nog nadrukkelijker op te gaan zoeken.

Daar is Alexandra van Huffelen, sinds februari bestuursvoorzitter van de Radboud Universiteit, zeer blij mee. “Ik vind dat heel belangrijk. Niet alleen de samenwerking tussen kennisinstellingen onderling, maar ook met bedrijven en overheden. Niet voor niets zijn onze kernwaarden ‘verbonden’, ‘nieuwsgierig’ en ‘reflectief’. Er zijn in deze regio veel bedrijven die het goed doen, onder meer in de energie, de gezondheidszorg en de semicon-sector. Daarnaast zijn er prachtige kennisinstellingen, van verschillend pluimage. We hebben elkaar veel te bieden.”

 

Tegen de stroom

De belangrijke vraagstukken van vandaag kennen vaak allerlei aspecten, waardoor samenwerken tussen de verschillende vormen van onderwijs, maar ook met bedrijven en overheden, noodzakelijk is. Van Huffelen geeft een paar voorbeelden. “Bij de energietransitie praat je bijvoorbeeld over het oplossen van netcongestie, maar er moeten ook kabels en leidingen worden aangelegd en windmolens worden gebouwd. In de zorg gaat het niet alleen om het beter maken, maar ook om het voorkomen dat mensen ziek worden. En daarvoor zijn bijvoorbeeld diëtisten en mensen met verstand van vitaliteit nodig. Daarom moet je kijken naar gezamenlijke oplossingen.”

Tegelijkertijd zijn het uitdagende tijden. “Binnen de regio willen we allemaal groeien en sterker worden. Meer bedrijvigheid, meer werkgelegenheid en meer woonmogelijkheden. Als kennisinstellingen willen we ook groeien en daar horen uitdagingen bij. Er zijn grote bezuinigingen en het totale aantal Nederlandse studenten daalt. Daarnaast is de sfeer rondom wetenschap steeds vaker sceptisch. Er is een stroom waar we tegenin roeien. Dat moeten we samen doen.”

Samenwerken is ook belangrijk om als regio één gezicht te kunnen vormen richting de landelijke en Europese politiek, zo weet de voorzitter met veel politieke ervaring. “Als je je ambities helder hebt en die met één stem kunt verwoorden richting Den Haag en Brussel, dan heb je veel meer kans van slagen dan wanneer iedereen zijn eigen verhaal vertelt.”

Scherp definiëren

Hoe gaat de samenwerking tussen de kennisinstellingen eruit zien? “We willen zorgen voor een goede doorstroom van het primair naar het voortgezet en vervolgens het hoger onderwijs. Daarin kunnen we dichter bij elkaar komen, zodat we er samen voor zorgen dat iedereen een goede leerlijn richting een mooie en geschikte baan heeft. We willen ook meer gezamenlijke trajecten opstarten, met het oog op ‘een leven lang leren’. Als kennisinstellingen hebben we een belangrijke rol om mensen bij te scholen, bijvoorbeeld rond AI.”

Volgens Van Huffelen is het goed dat er een focus op energie, gezondheidzorg en semicon is vastgesteld. Om Lifeport tot een succes te maken, is het volgens haar belangrijk om nu vooral concreet te zijn. “De uitdaging zit erin dat we de komende tijd heel duidelijk moeten maken wat we gaan doen en strakker moeten zijn in wie wat gaat doen. Als we dat voor elkaar krijgen, kunnen we onze mooie ambities als regio waarmaken.”

Te bescheiden

“Ik merk dat iedereen in deze regio echt openstaat voor samenwerken”, zo geeft ze aan. “De uitdaging zit erin dat we de komende tijd strakker moeten zijn in wie er wat gaat doen. Als we dat voor elkaar krijgen, kunnen we onze mooie ambities als regio waarmaken.”

Ze kijkt vol vertrouwen naar de toekomst. “Ik ben heel enthousiast over wat er in de regio is en wat we aan het doen zijn. Ik geloof erin dat we de komende tijd flink kunnen groeien. Die groei is heel belangrijk voor iedereen. De regio is soms te bescheiden, vind ik. Juist nu, met uitdagingen op meerdere vlakken, is het heel belangrijk dat we samen goed aangeven waar we goed in zijn en waar we naartoe willen. We zijn in staat om uitdagingen op te lossen, maar dat moeten we dan wel echt met elkaar doen.”

Deze innovatiehub is een initiatief  van Lifeport@ en helpt mkb-ondernemers bij hun plannen voor verduurzaming en circulariteit. De aanpak bestaat uit een reeks bijeenkomsten met experts, overheden en kennisinstellingen werken de ondernemers aan circulaire vraagstukken.
Op de slotbijeenkomst van deze eerste reeks in de Meshallen vertelden de deelnemers over hun ervaringen.

Door tien weken lang samen met anderen je uitdaging te doorleven, ontstaat ruimte voor creativiteit, leren en duurzame verandering.

Kristie Lamers (directeur Lifeport@)

Circulair denken

Een circulaire strategie op maat, toegang tot jong talent, frisse ideeën, advies en oplossingen voor uitdagingen van bedrijven, en aansluiting bij een sterk netwerk van ondernemers. Dat meldden de deelnemende ondernemers er aan gehad te hebben.

In de hub draait alles om samen leren en transdisciplinair nadenken. Dat kost tijd, maar de deelnemende ondernemers realiseren zich dat dit nodig is om tot innovatie te komen. In de bijeenkomsten werd gewerkt met design thinking: creatieve denktrainingen en masterclasses.
De kennis uit die sessies werd toegepast op de casussen van ondernemers, met reflectie en ondersteuning door studenten van de HAN en Radboud Universiteit.

Drie deelnemende bedrijven vertellen

In totaal deden acht bedrijven mee, lees hier een paar voorbeelden van de bevindingen.

Blue-Beez ontwikkelde een circulaire regenton van gerecycled materiaal, geïntegreerd in meubels. Het verkende met hulp van studenten de Product-as-a-Service (PAAS)-optie.
Conclusie: het PAAS-model is nog onbekend bij consumenten, logistiek uitdagend en de voorinvestering is nu te groot. Maar het bedrijf is klaar om het model in de toekomst alsnog toe te passen.

Synprodo produceert EPS (piepschuim) en wil dit 100% circulair doen. Het idee was dat klanten het materiaal weer terug leveren. De InnovatieHub hielp de echte vraag boven water te krijgen, het doel was circulariteit, niet recycling door de consument. De inspanning moet dus niet zitten in het terughalen van materialen, maar in het samenwerken in de keten, om daar de reststromen te benutten.

Monkey Vision maakte in de tien weken van de bijeenkomsten een app voor het verminderen van de digitale CO₂-voetafdruk van websites. Deze app,  Ecoscan, laat je direct zien hoeveel CO₂, water en energie een website verbruikt en hoe je dat kunt verbeteren.
De tool is binnenkort gratis beschikbaar.

Doorlopend verbinding met onderwijs

Dit proces stopt niet na deze bijeenkomst. In februari start een nieuwe ronde van de InnovatieHub en tot die tijd kunnen studenten van verschillende opleidingen blijven werken aan concrete uitdagingen van circulariteit en duurzaamheid voor het mkb. Je kunt als ondernemer altijd tussendoor contact opnemen via Lifeport@.
De ambitie is om als onderwijs- en kennisinstellingen actief bij te dragen aan maatschappelijke transities, én studenten beter voor te bereiden op de praktijk – met als bijkomend voordeel dat ze mogelijk in de regio blijven werken.

Volgende ronde februari 2026

In februari 2026 start een nieuwe groep in de Innovatiehub Circulair.
Doe mee!
De eerste editie laat zien dat er volop potentie is om samen te werken aan circulaire oplossingen, vanuit de regio, met studenten, ondernemers en experts.
Meer informatie: neem contact op met regisseur Merijn Neeleman, bij lifeporthub.nl.
Bekijk de flyer overhet InnovatieHub concept

Bekijk wat deelnemers ervan vonden

Kunstmatige Intelligentie (AI) transformeert  verschillende sectoren snel, waaronder onderwijs, gezondheidszorg en bedrijfsleven. Met de groeiende invloed van AI rijzen echter vragen over vertrouwen en ethische kwesties.
Op 11 juni  vond er een interessant evenement plaats over kunstmatige intelligentie, getiteld Science and Education in the Age of AI”, georganiseerd door Science Cafe Nijmegen. Prof. dr. Sascha Caron (Radboud Universiteit), Prof. dr. Suzan Verberne (Leiden Universiteit), Prof. dr. Henk de Regt en Prof. dr. Luca Consoli (Radboud Universiteit) gaven korte presentaties over AI in de wetenschap (natuurkunde en taalmodellen) en de ethische en maatschappelijke implicaties van de groeiende rol van AI in kenniscreatie en -verspreiding.

Wij spraken met Dr. Consoli, Universitair Hoofddocent Ethiek van de Wetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Institute for Science in Society, over de ontwikkelingen rondom AI, ethische vraagstukken over het inzetten hiervan in het onderwijs en de complexiteit van Human Capital op de arbeidsmarkt.

 

Prof. dr. Luca Consoli

 

AI begrijpen

Wat is AI precies en wie maakt het? Consoli legt uit dat AI een breed scala aan technologieën omvat, van aanbevelingssystemen online, op tv of op sociale media tot generatieve AI zoals ChatGPT en Microsoft Copilot.
“De gemeenschappelijke factor is dat deze systemen zich gedragen op een manier die intelligent lijkt en daarmee vaak menselijke interactie imiteren.” Van het praten met de klantenservice (vaak eerst met een chatbot), tot het automatiseren in bedrijven of het nakijken van een werkstuk, we hebben tegenwoordig allemaal te maken met AI, of we dat willen of niet.

 

Generatieve AI in het Onderwijs: reactie op een snelgroeiende trend

Generatieve AI, zoals in grote taalmodellen, heeft een merkbare impact gehad op het onderwijs. Consoli benadrukt dat AI in het onderwijs niet is ontstaan vanuit de onderwijsinstellingen maar juist vanuit de studenten, die AI-programma’s gebruiken om hun werkstukken te (helpen) maken of als zoekmachines. “Studenten hebben deze tools snel omarmd, wat onderwijsinstellingen heeft gedwongen om te reageren.” De uitdaging in het onderwijs ligt in het verantwoord integreren van AI en toch onafhankelijk zijn van big tech, waarbij vaak problemen spelen met het waarborgen van privacy en wet- en regelgeving. Dit heeft ertoe geleid dat hogere onderwijsinstellingen nu zelf hun eigen AI-systemen aan het ontwikkelen zijn.

Consoli is niet tegen het gebruik van AI in het onderwijs, maar pleit voor het verantwoord omgaan en inzetten hiervan. Daarnaast moet onderwijs een belangrijke taak vervullen: studenten  kritische vaardigheden aanleren. Hoe pas je dat toe in dit tijdperk waarin studenten denken alles te kunnen vertrouwen wat AI genereert? Voor Consoli ligt het in het leren van kernvaardigheden zoals kritisch denken, zodat ze de output van AI kritisch kunnen beoordelen op juistheid. Consoli: “Vandaar worden er steeds meer cursussen over digital literacy aangeboden voor zowel studenten als docenten op de universiteiten.” Hierbij is de hoop dat er meer bewustwording gecreëerd wordt.

 

Verantwoordelijk omgaan met AI

Als het gaat over wie de koplopers zijn op het gebied van het ontwikkelen van AI in Nederland, is Consoli’s antwoord: “Iedereen en niemand. Big tech (Google, Microsoft, OpenAI) heeft op dit moment de grootste marktaandelen op dit gebied.”
Kleinere bedrijven met aanzienlijk minder budget kunnen nog niet concurreren met het aanbod van big tech. “Onderwijsinstellingen, bedrijven, gezondheidsinstellingen enzovoort staan voor moeilijke keuzes: het integreren van big tech AI in hun gevoelige systemen, met daarbij de keuze tussen ‘goedkope’ opties die mogelijk weinig rekening houden met AVG-regels, of kiezen voor zeer dure opties waarbij privacy wel gewaarborgd wordt. Of kiezen voor kleinere AI-systemen die wellicht nog in de kinderschoenen staan.”

Het Nationale Onderwijslab AI (NOLAI) voor het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs van Nederland, gefinancierd door het Nationaal Groeifonds, ontwikkelt en onderzoekt verantwoorde educatieve AI. Hierbij staat de samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en wetenschappers centraal. Consoli zegt: “Onderwijsinstellingen voelen zich ethisch verplicht om verantwoord om te gaan met AI in het onderwijs, door goed onderzoek te doen naar welke AI-systemen er worden gebruikt en met welke richtlijnen.”

 

Vertrouwen en uitlegbaarheid

Vertrouwen in AI is veelzijdig. Het omvat betrouwbaarheid—ervoor zorgen dat AI taken uitvoert zoals verwacht—en uitlegbaarheid—begrijpen hoe AI tot conclusies komt. Consoli merkt op dat de “black box” aard van veel AI-systemen het moeilijk maakt om ze volledig te vertrouwen. Transparantie en het vermogen om AI-beslissingen uit te leggen zijn cruciaal voor het opbouwen van vertrouwen.

 

Ethische overwegingen: kan AI de mens volledig vervangen?

De maatschappelijke impact van AI reikt verder dan het onderwijs. Consoli bespreekt de mogelijkheid dat AI bepaalde banen vervangt, met name die welke repetitieve taken omvatten. “Er gaan bepaalde banen verloren. Neem bijvoorbeeld de klantenservice, die grotendeels vervangen wordt door chatbots. Maar AI kan de mens niet volledig vervangen.” Zijn ideale oplossing is het inzetten van AI om mensen te bevrijden van eentonig werk, zodat ze zich kunnen richten op meer creatieve en betekenisvolle activiteiten.

De ethische implicaties van AI, met name generatieve AI, zijn echter aanzienlijk. Consoli benadrukt het belang van ethische overwegingen bij de ontwikkeling en inzet van AI. Kwesties als privacy, duurzaamheid en bias zijn cruciaal. Op de arbeidsmarkt is nu de uitdaging dat werknemers nieuwe vaardigheden moeten ontwikkelen om banenverlies tegen te houden. “Er zullen nieuwe beroepen gecreëerd worden zodat mens en AI samen kunnen werken” aldus Consoli.

 

Een belangrijke rol

Naarmate AI zich blijft ontwikkelen, blijven ethische overwegingen en vertrouwen van het grootste belang. Consoli vindt dat universiteiten, kennisinstellingen, bedrijven en andere partijen een cruciale rol zouden kunnen spelen bij het bevorderen van bewustwording en het begeleiden van verantwoord AI-gebruik. Hij zegt, “Door de ethische uitdagingen aan te pakken en transparantie te bevorderen, kunnen we het potentieel van AI benutten en tegelijkertijd de risico’s beperken.”

“Als het je lukt om een uitvinding van het Radboudumc wereldwijd in de markt te krijgen dan maak je meer impact dan wanneer je het gewoon publiceert en er niks mee gebeurt,” zegt Paul van der Hoeven, senior business developer bij het Radboudumc. Hij is verantwoordelijk voor kennisvalorisatie, intellectueel eigendom en strategische samenwerkingen met bedrijven.

Het Radboudumc kiest actief voor het benutten van de waarde van wetenschappelijke uitvindingen. Jaarlijks worden er zo’n drie nieuwe dochterondernemingen opgericht vanuit de academische instelling. “We octrooieren uitvindingen van onze onderzoekers waar mogelijk. Die octrooien licentiëren we vervolgens uit aan bestaande bedrijven of aan nieuwe start-ups die we zelf mede oprichten. In die bedrijven hebben we als Radboudumc een aandeel,” legt Van der Hoeven uit.

Het opzetten van een biotech- of farmaceutisch bedrijf is een langdurig proces. “Vanaf het eerste gesprek met een onderzoeker tot aan een werkend bedrijf ben je zo twee jaar verder. Je moet een octrooi aanvragen, een goed businessplan maken,  financiering regelen en allerlei interne procedures doorlopen mede om belangenverstrengeling te vermijden. Alles moet worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur.”

Publiceren versus octrooieren

Volgens Van der Hoeven is octrooieren cruciaal om daadwerkelijk impact te maken. “Als een onderzoeker een nieuw middel tegen kanker vindt en het meteen publiceert, is het niet meer nieuw volgens de octrooiwet. Dan kan je er geen octrooi meer op krijgen. En zonder octrooi zal geen farmaceutisch bedrijf investeren in de verdere ontwikkeling en markttoegang.”

Een uitvinding moet wettelijk gezien aan drie voorwaarden voldoen om het te kunnen  voor octrooieren: “Het moet nieuw zijn, innovatief, industrieel toepasbaar én wij moeten geloven dat we het ooit kunnen uitlicentiëren.”

Strategische samenwerking

Een belangrijk onderdeel van Van der Hoevens werk is het opzetten van strategische samenwerkingen met bedrijven. Eén van de meest omvangrijke partnerschappen is die met Johnson & Johnson (J&J).  Deze samenwerking omvat onderzoek, zorg, onderwijs én duurzaamheid, niet alleen het Radboudumc is betrokken, ook de Radboud Universiteit. “J&J geeft gastcolleges, wij sturen stagiaires naar hun vestigingen en we voeren gezamenlijk onderzoek uit,” vertelt Van der Hoeven.

De samenwerking begon zes jaar geleden, initieel vanuit de farmaceutische tak van J&J. “Ze werkten al succesvol samen met universiteiten in België, zoals Leuven en Gent, en wilden dat ook in Nederland opzetten. Zo zijn ze bij ons uitgekomen,” zegt hij.

Onderzoek naar moeilijk behandelbare depressie

Een goed voorbeeld van zo’n samenwerking is het onderzoek naar gebruik van esketamine neusspray bij therapieresistente depressie. Tijdens een gezamenlijke bijeenkomst ontstond contact tussen een J&J-onderzoeker en psychiater dr. Eric Ruhé van het Radboudumc. Dat leidde uiteindelijk tot een grootschalig onderzoeksprogramma. “Esketamine bestond al, maar in deze toepassing – als neusspray bij therapieresistente depressie – was nieuw,” aldus Van der Hoeven.

Het Radboudumc kreeg als eerste ziekenhuis in Nederland toestemming om esketamine toe te passen onder zogenoemde compassionate use-voorwaarden, nog voordat het middel officieel werd goedgekeurd in Europa. Inmiddels is het Radboudumc coördinator van een landelijk consortium van ziekenhuizen en GGZ-instellingen die met het middel werken.

Samenwerking op gebied van longkanker

Een andere veelbelovende samenwerking betreft onderzoek naar beeldgeleide technieken voor vroege detectie van longkanker. Professor Erik van der Heijden ontwikkelt samen met klinisch technoloog Roel Verhoeven apparatuur om met behulp van MRI en ultrasound nauwkeurig verdachte stukjes weefsel uit de longen te halen. “Hier werken we samen met  de MedTech-tak van J&J. Dit soort samenwerking  is altijd onder de voorwaarde dat wij als academisch centrum onafhankelijk blijven en kunnen publiceren wat we vinden – ook als het tegenvalt,” benadrukt Van der Hoeven.

Vroegtijdige detectie van de ziekte van Kahler

Een derde voorbeeld van samenwerking met J&J draait om het verbeteren van de diagnostiek bij een vorm van leukemie, multiple myeloom, ook wel de ziekte van Kahler. “Onze onderzoeksgroep onder leiding van dr Hans Jacobs heeft een methode ontwikkeld waarmee je die ziekte duizend keer gevoeliger kunt detecteren dan voorheen, waardoor je vroeger kunt beginnen met behandelen en het traject van behandelen beter kunt volgen,” legt Van der Hoeven uit. De methode is gebaseerd op massaspectrometrie: het wegen van losse moleculen in het bloed.

“Met de industrie wordt samengewerkt ook ten aanzien van subsidieaanvragen om onderzoek verder uit te bouwen. Daar profiteert de patiënt uiteindelijk van.”

Van onderzoek naar onderwijs en duurzaamheid

De samenwerking tussen Radboudumc, Radboud Universiteit  en J&J is in de loop van de jaren ook verbreed. “We zijn begonnen in de farmacie, maar inmiddels werken we ook samen op het gebied van medische technologie. En naast onderzoek is er ook samenwerking op het gebied van onderwijs – zoals stages en promotietrajecten – en duurzaamheid, dat gebeurt vooral met de Radboud Universiteit,” aldus Van der Hoeven.

Toekomstvisie: herijking en nieuwe kansen

Momenteel wordt de samenwerking geëvalueerd en herijkt. We kijken met elkaar waar de grootste kansen liggen voor de toekomst. “We willen behouden wat goed gaat, maar ook nieuwe mogelijkheden vanuit een gedeelde strategische agenda ontdekken, bijvoorbeeld op het gebied van AI en data-analyse,” zegt Van der Hoeven.

“De nieuwe Europese wetgeving rondom de European Health Data Space maakt het mogelijk om medische data – onder strikte voorwaarden – anoniem te gebruiken voor onderzoek. Daar liggen enorme kansen. Maar we moeten goed nadenken hoe we daar als academisch centrum én bedrijfspartners mee omgaan.”

Impact maken

Voor Van der Hoeven draait het uiteindelijk om impact. “Ik ben ooit begonnen als biochemicus en heb bij meerdere biotech- en farmabedrijven gewerkt. Nu kan ik beide werelden verbinden. Hier bij het Radboudumc probeer ik, samen met onze onderzoekers en bedrijven als J&J, écht iets te betekenen voor de gezondheidszorg. Dat is wat mij drijft.”

De Radboud Universiteit voert een verduurzamingsbeleid voor onderwijs en onderzoek én de dagelijkse bedrijfsvoering op de campus. Marije Klomp is programmadirecteur Duurzaamheid en coördineert dit enorm brede programma. Ze vertelt wat er allemaal gebeurt op de universiteit, van HR-beleid tot broodje Nimma.

6000 collega’s

Het team van Klomp werkt met vier mensen en het Green Office aan het aanjagen en coördineren van alle inspanningen binnen de universiteit voor verduurzaming. “Dus in principe hebben we met alle 6000 collega’s te maken, niet letterlijk natuurlijk, maar we proberen wel op alle plekken aangehaakt te zijn.”

De aanpak

“Wij hebben als team de inzet om bij alle (ondersteunende) afdelingen en faculteiten de aandacht voor duurzaamheid te vergroten. Dus we werken altijd samen met collega’s in de lijn. Met Radboud Services, die bijvoorbeeld gaan over alle faciliteiten op de campus waaronder de restaurants, maar ook met de HR-afdelingen en natuurlijk de faculteiten, waarbij het gaat om onderwijs en onderzoek.

We creëren bewustzijn over alle soorten duurzaamheid die erbij kunnen horen. En we denken ook mee, bijvoorbeeld: heb je daar voldoende informatie over? Of: kunnen we daarbij ondersteunen? We jagen de ontwikkelingen aan, stellen nieuw beleid op, meten en monitoren en trekken een stukje samen op om het vervolgens weer los te laten.”

Repairshop

Een bijzonder onderdeel van het programma is het Radboud Green Office. Klomp legt uit: “Zij maken duurzaamheid tastbaar op de campus zelf. Het zijn hele concrete, zichtbare dingen. En er werkt ook een team van zes studenten aan mee, dus dat is heel leuk. Een mooi voorbeeld: een medewerker van de ICT-helpdesk diende het idee in voor een repairshop in de universiteitsbibliotheek. Dan helpt ons team om zo’n idee waar te maken. Binnenkort opent de repairshop waar studenten naartoe kunnen met hun laptop, die ter plekke wordt gerepareerd. Zo hoeven ze geen nieuwe te kopen.”

Inkoopbeleid

Ook zet het team in op verduurzaming in de ketens van de leveranciers, samen met de afdeling Inkoop. Elk jaar besteedt de universiteit namelijk zo’n 120 miljoen euro aan spullen en diensten. “Dat is natuurlijk een enorme kracht die je kunt aanwenden voor een impuls aan de duurzame markt. Daarbij is samenwerking met die leveranciers en partners heel belangrijk. Het is een hele andere invulling van contractmanagement. Bijvoorbeeld dat je in contractafspraken naar elkaar uitspreekt dat je de komende jaren samen aan die ontwikkeling blijft bouwen.

Dat is overigens het geval bij heel veel dingen die we verzinnen, die klinken heel logisch en mooi, maar het vergt wel verandering voor mensen in hun werk. Dus we moeten iedereen er altijd goed in meenemen.”

Tekst loopt door onder de video.

Broodje Nimma

“Begin dit jaar zijn we bij MVO Nederland in een nieuwe coalitie gestapt met Radboudumc: Collectief Natuurlijk eten en drinken. We gaan voedsel zoveel mogelijk lokaal inkopen, met de seizoenen mee en bij boeren die natuur en biodiversiteit bevorderen in plaats van degraderen.
Met die gezamenlijke inkoopkracht garanderen we afzet, ook voor boeren die wel om willen, maar het spannend vinden omdat ze niet weten of ze genoeg afzet zullen hebben.

Als start hebben we samen het broodje Nimma ontwikkeld, helemaal samengesteld met producten uit de omgeving. Van het graan in het brood tot alles wat erop zit. We gaan het begin 2025 lanceren in alle restaurants van de instellingen.”

HR

HR is misschien niet het eerste waar je aan denkt als het om duurzaamheid gaat, maar Klomp noemt een hele reeks zaken die interessant zijn om mee te nemen. “Denk aan de arbeidsvoorwaarden, met reisregelingen kun je duurzaam gedrag stimuleren, zoals het  keuzemodel waarin je een fiets met korting kunt krijgen.”

Daarnaast heeft HR een rol in het opleiden en scholen van alle medewerkers. “Dus ook daar kijken we mee of we aandacht voor duurzaamheid kunnen opnemen in de cursussen en trainingen, omdat het zo’n kernwaarde van de universiteit is.
Bij nieuwe medewerkers zorgen we ervoor dat in het onboarding traject duurzaamheid meteen goed voor het voetlicht komt. Dan geef ik bijvoorbeeld presentaties aan nieuwe medewerkers. En krijgen deze een boom in het Radboudbos in plaats van een bosje bloemen.”

ICT

AI, ChatGPT, onderzoeksdata, er gaat veel in om op een universiteit en dat levert veel CO2-uitstoot op. “We denken nu met het ICT-team mee over het reduceren van die footprint. Zo zijn we bezig met het schrijven van een visie op dataopslag in relatie tot de ecologische footprint.  Die moet uitmonden in concrete maatregelen, bijvoorbeeld data die minder lang opgeslagen wordt. Daarnaast gaan we ons meer richten op bewustwording bij medewerkers en studenten  en data-opruimacties. Thema’s als cybersecurity en onderhoud zijn ook belangrijk om rekening mee te houden, uiteindelijk gaat het altijd om een afweging.

“Dat is de uitdaging in ons werk: dat we altijd een balans moeten proberen te vinden.”

Onderwijs en onderzoek: alle disciplines spelen een rol

Bij ons onderzoek en onderwijs zit natuurlijk de kracht van de universiteit en daarmee maken we impact in de wereld. Wij proberen goed op de hoogte te zijn van wat er allemaal gebeurt op de zeven faculteiten. Daarbij kijken we vooral of we verbindingen kunnen leggen tussen disciplines, of tussen onderzoekers.

We hebben als Radboud Universiteit gezegd dat studenten op z’n minst moeten snappen wat de relatie is tussen hun eigen studie en duurzaamheidsvraagstukken. Want soms ligt die voor de hand, maar voor andere studies misschien minder. Terwijl alle disciplines een rol hebben te spelen in die grote transformatie. Dus ook de juristen, ook de psychologen en communicatiedeskundigen. Daarom verweven we duurzaamheid nu in alle opleidingen in het bestaande curriculum. En daarnaast zijn er ook allerlei specifieke keuzecursussen en masters ontwikkeld.

Wetenschap en praktijk verbinden

“Een heel leuk stuk van ons werk vind ik het samenspel tussen de kennis die we hier in huis hebben, bij onderzoekers, docenten en studenten, en de uitvoering van ideeën in de praktijk. Vaak zie je dat het idee om iets aan te pakken komt vanuit ons team of de lijnorganisatie. We zoeken er wetenschappers en studenten bij om hun expertise te delen en soms is de wetenschap te abstract. Dan kijken wij hoe we kunnen zorgen dat wetenschappers en uitvoerders elkaar weten te vinden.”

In deze column blikt Daniel Wigboldus terug op een bijzonder jubileum van de Radboud Universiteit en kijkt hij vooruit naar de samenwerking in onze regio.

portret Daniel Wigboldus

Foto Bert Neelen

Het was een grote en bijzondere happening op 17 oktober 1923. De Rooms Katholieke Universiteit in Nijmegen opende officieel de deuren. Het Keizer Karelplein stond helemaal vol.

Kort daarna vestigden allerlei congregaties, katholieke (klooster)gemeenschappen, zich rondom de universiteit. Ze wilden in de buurt zitten. Je zag daarmee hoe groot de aantrekkingskracht van een universiteit is. Een universiteit doet wat met haar omgeving en de omgeving doet wat met een universiteit.

Dat dat nog steeds actueel is, was voelbaar tijdens onze honderdjarige verjaardag die de universiteit in oktober aan hetzelfde plein vierde. Terugkijkend op een eeuw geschiedenis en vooruitkijkend naar de dag van morgen, maakte duidelijk hoe belangrijk een universiteit is voor de regio.

Zo feliciteerde de Nijmeegse burgemeester Bruls niet alleen de Radboud Universiteit, maar ook de stad zelf tijdens het eeuwfeest. Want, zo zei hij: “Nijmegen zou de stad van vandaag niet zijn zonder universiteit en het studentenleven. Anno 2023 zijn we een innovatieve kennisstad. Dat was honderd jaar geleden niet vanzelfsprekend”.

Daarmee vatte hij een stuk van ons verhaal samen en onderstreepte hij onze functie.  De Radboud Universiteit en het Radboudumc zijn netwerken geworden die nauw verbonden zijn met de regio.

De interactie met de gemeente Nijmegen en de hele Lifeport-regio vormt een belangrijk onderdeel van ons beleid. In die samenwerking gaat het niet zozeer om economische belangen, maar vooral om het voelen van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor wat er speelt.
Zijn er bijvoorbeeld genoeg leraren op basis- en middelbare scholen? Is de zorg goed geregeld? Zijn we duurzaam bezig in onze regio? Zo niet, hoe kunnen we dat samen oplossen? Wat kunnen we van elkaar leren?

De wisselwerking binnen The Economic Board met bedrijven, overheden en andere kennisinstellingen is hierbij van groot belang. Daar wordt de regio beter van. Een omgeving kan bloeien omdat er een goede universiteit zit vol met jong (en wat ouder) talent en een universiteit kan bloeien wanneer deze in een levendige omgeving ingebed is. We hebben elkaar nodig. Dat geldt zeker ook voor onze relatie met hbo- en mbo-instellingen, waar ik veel waarde aan hecht.

We staan samen voor grote uitdagingen, onder meer in de zorg, in het onderwijs, in de technologie, in het omgaan met elkaar en met de wereld. Het zijn op meerdere gebieden roerige tijden. Samenwerking is noodzakelijker dan ooit. Laten we in onze regio het goede voorbeeld geven.

Daniël Wigboldus
Voorzitter college van bestuur Radboud Universiteit en lid van The Economic Board

Dit artikel verscheen ook in Het Ondenemersbelang.

Internationale kenniswerkers en hun gezinsleden, wetenschappelijk onderzoekers, studenten, start-ups en buitenlandse investeerders kunnen vanaf 5 januari alles voor hun verblijf in Nijmegen regelen bij één loket: het Lifeport Welcome Center.

De eerste officiële bezoekers werden met bloemen verwelkomd door medewerkers van de gemeente Nijmegen, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Radboud Universiteit. Deze nieuwkomers kunnen nu versneld hun formaliteiten voor inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) en het afhalen van hun verblijfsdocument regelen bij Lifeport Welcome Center.
Ook ontvangen zij direct informatie over wonen, werken, leren en ondernemen in de regio. Zo wordt de kenniswerkers -en eventuele gezinsleden- een warm welkom geboden en wordt de regio aantrekkelijker voor hen om zich te vestigen wat een positief effect heeft op de regionale economie. Het centrum is gehuisvest op locatie Huize Heyendael op de Radboud-campus in Nijmegen.

One-stop-shop

Tijdens een twee jaar durende pilot koppelen het Lifeport Welcome Center, gemeente Nijmegen en de IND hun dienstverlening zodanig aan elkaar dat klanten op één dag en op één locatie alle formele stappen kunnen doorlopen.

Wijnand Hemelaar, directeur van het centrum: “Het Lifeport Welcome Center is nu één centraal punt geworden waar internationale kenniswerkers, studenten en hun familieleden terecht kunnen voor zowel overheidsdienstverlening door gemeente en IND en andere services zoals een welkomstprogramma en family support-programma en allerlei sociale activiteiten”.

Snel en soepel

Maria Amjed uit Pakistan is een internationale kenniswerker en was donderdagochtend de allereerste bezoeker van Lifeport Welcome Center die voor zowel de inschrijving BRP als het afhalen van het verblijfsdocument kwam. Zij gaat als PhD kandidaat onderzoek doen aan Radboud Universiteit:“Alles hier verliep soepel, het was een snel en soepel proces. Mijn ervaring is dat het in andere landen veel langer duurt. Dit was een zeer aangename ervaring, iedereen hier was erg vriendelijk.”

Expats in het Lifeport Welcome Center

Fotografie: Gerard Verschooten

IND dienstverlening in Nijmegen

Vanaf januari zijn ook medewerkers van de IND aanwezig in Nijmegen. Rhodia Maas, directeur-generaal IND: “We zijn als IND verheugd om bij te dragen aan dit Nijmeegse initiatief. We willen onze dienstverlening professionaliseren door samen te werken met gemeenten en dit is daar een mooi voorbeeld van. Voor aanvragers is het fijn dat zij dichtbij huis terecht kunnen voor het afhalen van verblijfsdocumenten en afname van biometrie.¨

Naast internationale kenniswerkers, hun gezinnen en studenten kunnen ook andere mensen uit het buitenland die in deze regio willen wonen en werken terecht bij dit IND-servicepunt.

Krachtige internationale regio

Het Lifeport Welcome Center draagt met deze dienstverlening bij aan de ontwikkeling van een krachtige internationale kennisregio. John Brom, wethouder economie van Nijmegen: “Mooi hoe we dit samen met de hulp van Radboud Universiteit, IND, provincie Gelderland, HAN, en The Economic Board voor elkaar hebben gekregen. Ook de krapte op de regionale arbeidsmarkt wordt door het aantrekken en behouden van internationale kenniswerkers aangepakt”.

Contact met het Lifeport Welcome Center

Lifeport Welcome Center is een initiatief van The Economic Board en provincie Gelderland vanuit de regionale wens meer internationaal talent aan te trekken én te behouden voor de regio.

Jan van Dellen, directeur van The Economic Board: “Het Lifeport Welcome Center wil ook de MKB werkgevers ondersteunen om internationaal talent aan te trekken. Het welcome center zorgt voor een warm welkom voor zowel de expat als hun gezin in onze regio.”

For registration in the municipality and passport arrangements you can contact Gemeente Nijmegen.
Information in Dutch:
nijmegen.nl/diensten/verhuizen/verhuizen-vanuit-het-buitenland/

De leerkracht zal ook in de toekomst niet worden vervangen door een computerprogramma, maar dat AI meer ingezet zal worden als leermiddel, is onvermijdelijk.

Het Nationaal Onderwijslab AI voor innovatieve producten op gebied van kunstmatige intelligentie gaat onderzoek doen naar intelligente digitale onderwijsinnovaties. Het lab aan de Radboud Universiteit is in oktober officieel geopend.

Het gebruik van intelligente technologieën in het klaslokaal is de laatste jaren sterk toegenomen. Om kansen te benutten en ongewenste effecten te voorkomen, is nu het Nationaal Onderwijslab AI (Nolai) opgericht. De Radboud Universiteit is penvoerder, maar diverse universiteiten, hogescholen, schoolbesturen en ondernemers zijn erbij betrokken.

80 miljoen euro

Het Nationaal Groeifonds heeft 80 miljoen euro ter beschikking gesteld voor de ontwikkeling van het NoIai. “Er zijn twee hoofdlijnen binnen het lab”, vertelt Inge Molenaar, directeur van het Nolai en universitair hoofddocent bij het Behavioural Science Institute (BSI) van de Radboud Universiteit. “We gaan met het onderwijsveld aan de slag om programma’s te ontwikkelen én we gaan wetenschappelijk onderzoek doen.”

Behoeften onderwijs

“Tot nu toe heeft de markt vooral bepaald wat voor programma’s er in het klaslokaal worden gebruikt. Zij bieden hun producten aan en het onderwijs neemt af, zonder daarbij echt eigen keuzes te maken over wat ze belangrijk vinden voor hun leerlingen”, zegt Molenaar. “We gaan nu bekijken waar de behoeften van het onderwijs liggen. Wat zouden zij graag zien en gebruiken? Daarnaast valt er technisch ook nog wel wat te verbeteren. Een programma kan prima aangeven of het antwoord van een leerling goed of fout is, maar het is een stuk lastiger om de juiste feedback aan de leerling te geven over wat er fout gaat.”

Verantwoord

Adaptieve leermiddelen zoals Snappet, Gynzy of Oefenweb, hebben zeker meerwaarde en worden al volop gebruikt in de klas. Molenaar: “De leerkracht zal ook in de toekomst niet worden vervangen door een computerprogramma, maar dat AI meer ingezet zal worden als leermiddel is onvermijdelijk. Toen er thuisonderwijs werd gegeven vanwege corona, stonden veel ouders te kijken van alle mogelijkheden die er al zijn. Maar dat moet natuurlijk wel verantwoord gebeuren. Wil je bijvoorbeeld dat een docent kan zien hoe lang en op welk tijdstip jouw kind aan een opdracht heeft gewerkt?”

Portret van Inge Molenaar

Foto: Radboud Universiteit /Merlijn Doomernik

Impact in de klas

Daarom wordt er naast het ontwikkelen van de programma’s wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de impact van AI in het onderwijs. Dit gebeurt zowel op pedagogisch/didactisch vlak, als ook op het gebied van ethiek en privacy. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan vragen als: wat voor regelgeving is er (internationaal) nodig, hoe zorg je dat een programma de juiste feedback geeft aan de leerling. Wat voor informatie mag je wel of niet opslaan en hoe kun je ervoor zorgen dat alle leerlingen iets hebben aan de ontwikkelingen?

 

Onderwijsvraagstukken

“Ons onderzoek richt zich op de kansen die de technologie biedt”, zegt Molenaar. “Je kunt leerlingen meer inzicht geven in hun eigen leerproces. Leraren kunnen meer tijd en ruimte krijgen om leerlingen persoonlijk te begeleiden. Ook kan het slim inzetten van AI bijdragen aan de grote onderwijsvraagstukken van deze tijd, zoals kansenongelijkheid en werkdruk.”

Co-creatie

Tijdens de startbijeenkomst van het Nolai zijn co-creatiegesprekken gevoerd en is er informatie opgehaald over wat de wensen zijn voor de programma’s. “De afgelopen tijd hebben we hard gewerkt aan het opzetten van het Nolai, nu gaan we dus echt aan de slag”, zegt Molenaar. Het Nolai heeft financiering voor tien jaar gekregen en is uniek in zijn opzet binnen Europa. “De komende tijd zal er op Europees niveau regelgeving komen voor AI in het onderwijs en het Nolai zal daar zeker een rol in spelen.”