Netbeheerders TenneT en Liander snappen de frustratie over het volle elektriciteitsnet – waardoor ondernemers die een nieuwe of zwaardere aansluiting aanvragen op een wachtlijst komen – maar al te goed. Ze balen er zelf ook van. Om de uitdaging op te lossen wordt er nu aan meerdere knoppen gedraaid, zo vertellen Maarja Meitern van TenneT en Geert-Jan Koning van Liander. Eén van die knoppen is het ontwikkelen van smart energy hubs.

In soepele samenwerking geven Maarja Meitern (bedrijfsadviseur bij TenneT en verantwoordelijk voor het thema smart energy hubs) en Geert-Jan Koning (adviseur energietransitie bij Liander) het interview. “We vinden het belangrijk om dit verhaal samen te vertellen”, zegt Meitern. “We willen meer duidelijkheid creëren naar de markt.”

Balen van de situatie

TenneT is de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet, Liander van het regionale middenspanningsnet, waar veruit de meeste bedrijven op zijn aangesloten. Beide netten zitten inmiddels vol, onder andere in de Lifeport-regio. Koning: “Het elektriciteitsnet van zuidelijk Flevoland, Gelderland en Utrecht is sterk met elkaar verbonden en heeft al sinds 2022 te maken met zowel ‘TenneT-congestie’ als ‘Liander-congestie’.”

De twee netbeheerders vinden het moeilijk te verkroppen dat ze vaak ‘nee’ moeten verkopen. Meitern: “We willen klanten aan kunnen sluiten en daarom balen we van de situatie zoals die is ontstaan. Ontwikkelingen zoals de Oekraïne-oorlog, de forsere klimaatambities en de snelheid waarmee huishoudens en bedrijven vervolgens van aardgas op elektriciteit overstappen, hebben ons verrast. We staan voor een enorme opgave.” Koning: “De urgentie in de markt is heel groot. Voor ons is het moeilijk om in dat tempo mee te gaan, hoe graag we dat ook willen. De grote uitdaging is om zoveel mogelijk netruimte aan ondernemers vrij te geven, terwijl de risico’s onder controle blijven en we betrouwbaar blijven voor álle aangeslotenen.”

Geert-Jan Koning, Liander

Contractvormen in de steigers

Meitern omschrijft de aanpak van de netbeheerders als een twee-sporen-beleid. “We doen er alles aan om het net uit te breiden en daarnaast zijn we bezig met slimme oplossingen om het elektriciteitsnet beter te gebruiken, zoals smart energy hubs.”

De netbeheerders zien veel potentie in die smart energy hubs, waarbij bedrijven, bijvoorbeeld op een bedrijventerrein, de productie en het gebruik van energie lokaal op elkaar afstemmen. Koning: “Eind 2022 verscheen het Landelijk Actieprogramma Netcongestie, waarin over smart energy hubs werd gesproken. Daar zijn we als netbeheerders mee aan de slag gegaan. We hebben ons beter georganiseerd richting klanten, er zijn contractvormen in de steigers gezet en er is veel meer data-uitwisseling. Ook is er een kennisplatform opgezet.”

Met de overkoepelende Energy Board – een samenwerking tussen provincies, energieregio’s en netbeheerders – werd afgesproken om in Gelderland en Flevoland vier pilots te draaien, waaronder InnoFase in Duiven. Koning: “We zijn blij met de pilots en merken tegelijkertijd dat het, samen met de deelnemende bedrijven, een proces van vallen en opstaan is.” Meitern: “Die pilots geven ons belangrijke inzichten in de impact op onze gezamenlijke netten. We hebben ook belangrijke samenwerkingskaders afgestemd.”

Voordat smart energy hubs als paddenstoelen uit de grond kunnen schieten, moet er onder andere in juridisch opzicht veel gebeuren. Er ligt nu een zogeheten ‘Ontwerp codebesluit groepstransportovereenkomst’. De volgende stap is een definitief codebesluit. Dat maakt groepscontracten op grote schaal uiteindelijk mogelijk, met als grote voordeel dat ondernemers door gezamenlijke afstemming efficiënter gebruik kunnen maken van de netcapaciteit. Meitern: “Die juridische afspraken maken het voor bedrijven moeilijker dan ze nu gewend zijn, maar ze zijn wel nodig als je energie gaat delen.”

 

Maarja Meitern, TenneT

Meer dan netcongestie

Smart energy hubs hebben een grotere rol dan bijdragen aan het oplossen van de netcongestie , zo willen ze allebei verduidelijken. Koning: “Het grote doel is het efficiënter benutten van het net, waardoor de investeringen die wij als netbeheerders namens de samenleving doen, optimaal worden benut. Gelukkig gaat het daar steeds vaker over. Het is namelijk belangrijk dat de hubs in de toekomst relevant blijven en niet uit elkaar vallen als de congestie is opgelost. Iedereen die is aangesloten op een energy hub moet zijn investeringen eruit kunnen halen, door samen te werken, maar ook door slimmer te contracteren aan de hand van de energiebehoefte die er is.”

Dat laatste is volgens hem een belangrijk punt. “Je wilt alleen op je piekbelasting worden afgerekend voor de momenten dat je ook echt zo’n piek hebt. Daar willen we naartoe, met de juiste contractvormen. Meer maatwerk, dus. Dat biedt zowel voor de afnemers als voor de samenleving veel voordelen.” Meitern: “Als groep ondernemers kun je bepaalde afspraken maken over hoe je het net gebruikt en hoe je elkaars profielen van elektriciteitsverbruik in elkaar laat passen. Op welk tijdstip start je al je apparatuur of laad je je elektrische machines op? Er zijn allerlei manieren om samen een soort dempend effect te creëren. Dat is echt nodig, want we kunnen het net niet blijven verzwaren vanwege piekvragen. Dat is erg inefficiënt en onbetaalbaar. Het elektriciteitsnet betalen we met z’n allen.”

Werken aan oplossingen

De ontwikkelingen zorgen ervoor dat de netbeheerders veel meer samenwerken dan ze gewend waren. Koning: “In het verleden vroegen ondernemers een aansluiting aan, werd er een handtekening gezet en zorgden wij ervoor dat ze meteen op het net werden aangesloten. Nu moeten ondernemers die iets nieuws willen met ons in contact treden en ontstaan er samenwerkingen. Dat is niet altijd maatwerk, maar soms zijn het intensieve processen. Zeker bij smart energy hubs is dat het geval.”

TenneT en Liander weten elkaar ook goed te vinden. Koning: “We hebben de afgelopen jaren geleerd dat we samen moeten optrekken bij het organiseren van smart energy hubs, want anders verschuiven we het probleem alleen maar van ons regionale net naar de landelijke stations van TenneT. We hebben weliswaar andere verantwoordelijkheden, maar we onderschrijven allebei het belang van waar we nu mee bezig zijn. Daarin vinden we elkaar heel goed.”

Actualiteit

Kort na het plaatsvinden van het interview werd bekend dat de uitbreidingsplannen van TenneT op tegenslag stuiten. Zoals in dit bericht is te lezen moeten grootverbruikers van elektriciteit en de grotere producenten van wind- en zonnestroom in de regio Utrecht, Gelderland en de Flevopolder langer wachten op een nieuwe of zwaardere aansluiting. TenneT laat weten dat dit geen invloed heeft op de ambities rond smart energy hubs, zoals die in het interview zijn besproken.