Ilko Bosman runt meerdere bedrijven, is voorzitter van VNO-NCW Regio Arnhem-Nijmegen én hij is lid van The Economic Board. Toch ging hij graag de uitdaging aan om ook voorzitter te worden van Lifeport@.
Bosman legt uit: “Ik ben natuurlijk primair ondernemer, de andere rollen doe ik daarnaast. De reden om deze rol te gaan vervullen, is dat deze rol complementair is aan de rollen bij de board en VNO-NCW. Dat maakt dat ik denk dat ik minder tijd nodig heb om hetzelfde of misschien zelfs meer te bereiken dan iemand die minder in dat netwerk zit.”

Schaal
En het onderwerp gaat Bosman enorm aan het hart: “Ik geloof er niet zo in dat je de uitvoering van het economisch beleid dat we met z’n allen belangrijk vinden, kunt doen op kleine schaal. Dat moet je wel dicht bij de ondernemers doen, maar je moet ook een bepaalde kritische massa hebben.
En als een Economic Board dat voor deze regio doet, dan is het wel belangrijk dat de primaire organisaties die de uitvoering doen ook op dezelfde schaal werken. Zoals ook Briskr en Connectr dat doen voor de clusters Hightech, Health en Energy. Die hebben weer een iets ander organisatiemodel en andere afspraken met The Economic Board, maar ze werken ook op dezelfde regionale schaal. Dat Lifeport@ nu ook koos voor deze regio was voor mij een belangrijke overweging.
Dan kun je dus in het hele werkgebied van The Economic Board met elkaar zorgen voor zowel strategie als beleid, lobby en beïnvloeding, tot aan daadwerkelijk uitvoering, uitrol en implementatie, specifiek bij het mkb, omdat daar de impact en de behoefte het grootst is. Zo heb je op regioniveau gewoon een sterk netwerk van partners.”
Rollen
In de tweede helft van 2024 keek Bosman in een werkgroepje van de board kritisch naar de rol van The Economic Board én die van Lifeport@. Het werd duidelijk dat de board echt strategisch inzet, terwijl partners zoals Lifeport@ er zijn voor het verbinden, organiseren, regisseren.
“Lifeport@ is er echt om het mkb sterker te maken en te helpen om samen te werken. Grootbedrijven zijn ook hartstikke welkom. Maar dat is niet de primaire doelgroep. Dat is het midden- en kleinbedrijf, het woord zegt het al, die hebben een beperkte slagkracht. Ze kunnen niet alles zelf doen. Dus die hebben veel meer behoefte aan samenwerking. Als je dan het onderwijs daaraan koppelt, ondernemers aan elkaar verbindt en daar expertise en regie op zet, dan kun je ondernemers enorm helpen met vraagstukken die aanvankelijk voor een individuele ondernemer misschien heel complex zijn.”
Afstemming
Bosman legt uit hoe hij de samenwerking tussen The Economic Board en Lifeport@ ziet.
“Er is al afstemming op programmaniveau en er is ook een deel van de Regio Deal bij Lifeport@ komen te liggen. Maar wat mij betreft mag de verankering van de rollen veel sterker. Dat je ook je doelstelling en je beleid op elkaar aansluit, dat dat niet berust op toevalligheid, maar dat je dat heel bewust in afstemming doet.”
Een voorbeeld: Food Community
Een mooi voorbeeld van hoe de samenwerking tussen mkb’ers met de hulp van Lifeport@ eruit kan zien is de Food Community Gelderland
“Wat misschien niet zo bekend is, is dat wij in de regio een grote kring aan bedrijven hebben in de voedselindustrie. En dat is dan niet zozeer op het vlak van Wageningen, maar meer in handel en catering .
Een van de projecten die loopt op voedselgebied combineert ondernemers met onderwijs en met zorginstellingen. Er wordt in die instellingen natuurlijk heel veel voedsel geleverd door externe cateraars. En daarvan wordt er ook veel weggegooid. Dat is natuurlijk zonde. Dit project kijkt hoe we vraag en aanbod beter op elkaar kunnen afstemmen, zodat er weinig overproductie is en minder afval. En ook hoe je dat wat overblijft snel en nog vers weer kunt inzetten voor andere doeleinden. Dat je in ieder geval zorgt dat het niet de prullenbak belandt.
Deze vraag kwam vanuit het mkb zelf. Wat dan helpt is dat je een club hebt die kan regisseren en die zegt: wij faciliteren dat jullie bij elkaar komen. Dat is vaak gewoon moeilijk voor ondernemers. Die zijn bezig met hun onderneming en niet met iedereen bellen om af te spreken. En het helpt ook in veel gevallen dat je een partij hebt die onafhankelijk is. Wanneer één partij in de voedselindustrie ook potentiële concurrenten gaat uitnodigen, dan kan dat gevoelig liggen. En als een onafhankelijke partij dat doet, is het misschien makkelijker om toch met potentiële concurrenten wel aan tafel te gaan. Dus daar zit gewoon de kracht, denk ik.”


