De helft van alle Nederlandse betalingen wordt verwerkt door het Arnhemse CCV. Ook over de landsgrenzen heen is het technologiebedrijf steeds actiever, zeker nu het onderdeel is van multinational Fiserv. Toch vindt CCO John Kolthof regionaal samenwerken onverminderd belangrijk.
Waarom hij lid is van The Economic Board? John Kolthof, de CCO (Chief Commercial Officer) van CCV, hoeft niet lang na te denken. “Ik werk en woon hier al twintig jaar en vind daarom dat ik niet alleen verantwoordelijkheid heb naar mijn bedrijf, maar ook naar de regio. In The Economic Board worden grote vraagstukken rond technologie, talent en digitalisering besproken. Die pakken we het beste samen aan.”

John Kolthof
3 miljard transacties
Dat CCV zich zo betrokken voelt bij de regio is niet per se vanzelfsprekend, want het Arnhemse bedrijf is allang geen puur regionale speler meer. CCV wordt weleens het bedrijf genoemd dat Nederland in de jaren ’80 en ’90 aan het pinnen kreeg. Zonder dat mensen het doorhebben, hebben ze sindsdien continu met CCV te maken. “Loop maar eens een supermarkt in of zoek naar CCV in je bank-app”, zegt Kolthof. “We verwerken de helft van alle Nederlandse betalingen. Europees gaat het om 3 miljard transacties per jaar. Je kunt ons overal vinden, zelfs op bijvoorbeeld een snackautomaat in Italië.”
Vorig jaar werd CCV overgenomen door het Amerikaanse Fiserv, een van de grootste betaalbedrijven ter wereld. Kolthof: “Zij gaan grote delen van de technologie die we in Arnhem hebben ontwikkeld, gebruiken voor een nieuwe wereldwijde oplossing. Dan spelen we dus ook een rol bij veel betalingen in bijvoorbeeld de VS of Azië.”
Samen verder komen
De overname van CCV verandert volgens Kolthof niets aan de band met Arnhem en omstreken. “Fiserv kiest er bewust voor om CCV vanuit Arnhem door te ontwikkelen. Daar blijft ons hoofdkantoor zitten. We willen gebruik blijven maken van de kennis en kunde die in deze omgeving aanwezig is. Veel van onze medewerkers komen hier vandaan.”
“Het is voor ons heel belangrijk om ons netwerk in de regio te hebben, zodat we weten waar we bepaalde vraagstukken moeten bespreken en hoe we samen verder komen”, vervolgt hij. “Samen optrekken biedt veel voordelen. We lobbyen bijvoorbeeld in Den Haag om bepaalde investeringen naar de regio te krijgen. Het is voor iedereen voordelig dat we interessant blijven voor allerlei stakeholders. Als mensen hier graag willen wonen en leven, profiteren we van het aanwezige talent.”
CCV kan en wil daarnaast iets betekenen voor anderen in de regio, benadrukt Kolthof. “We zijn heel ver met digitalisering. Die kennis en ervaring delen we dan ook graag. Als wij onze zaakjes niet op orde hebben, merken heel veel mensen dat. Dat geeft verantwoordelijkheid.”
Niet alleen andere bedrijven en overheden zijn voor CCV belangrijke samenwerkingspartners, maar zeker ook de kennisinstellingen die in de regio aanwezig zijn, zoals de HAN in Arnhem. “We helpen studenten graag op weg. We hebben daarom veel stagiairs en afstudeerders, net als mensen die bij ons hun carrière beginnen. Ook doen we altijd graag mee aan kennismarkten en andere studentenactiviteiten.”
Veel te bescheiden
Kolthof is positief over wat er in de Lifeport-regio aanwezig is en gebeurt. “Maar we laten nog onvoldoende zien hoeveel kennis, technologie en ondernemerschap hier te vinden zijn. Er zijn gevestigde bedrijven en innovatieve startups, en we hebben geweldige universiteiten, hogescholen en mbo’s. We mogen daarom best met wat meer zelfvertrouwen naar buiten treden. We zijn veel te bescheiden.”
“De uitdaging is dat we hier heel veel kunnen”, geeft hij aan. “In de Eindhovense Brainport-regio speelt alles zich af rondom technologie, maar wij hebben drie speerpunten: health, energy en hightech. En een bedrijf zoals CCV valt daar eigenlijk niet onder. Aan de ene kant is die breedte onze kracht, aan de andere kant maakt dat het ook moeilijker om ons als regio goed te profileren.” Tegelijkertijd is hij heel enthousiast over de term Lifeport. “Het klinkt gewoon goed. We moeten dat merk met z’n allen omarmen en gaan laden.”


