Tien jaar geleden was de oprichting van The Economic Board allesbehalve vanzelfsprekend. Inmiddels heeft Lifeport Regio Arnhem Nijmegen een gezamenlijke, economische koers en groeit de slagkracht. De burgemeester van Nijmegen, Hubert Bruls, was een van de oprichters. Alexandra van Huffelen, voorzitter van het College van Bestuur van de Radboud Universiteit, is nu voorzitter van The Economic Board. Samen blikken ze terug én vooruit.
“Het regionale virus had mij al vroeg te pakken”, lacht Bruls. Toen hij in 2012 terugkeerde als burgemeester van Nijmegen, had hij al ruime ervaring met regionale samenwerking. Eerst als wethouder in het Knooppunt Arnhem-Nijmegen, later als burgemeester van Venlo. Toch verbaasde hij zich bij terugkomst. “De samenwerking in de regio Arnhem-Nijmegen was een beetje vanzelfsprekend geworden. Er zat wat slijt op. Ook ontbrak een structurele samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en ondernemers. Sinds het wegvallen van de regionale belangenbehartiging vanuit de Kamers van Koophandel was vooral de samenwerking met het bedrijfsleven versnipperd.”
Veel discussie
Bruls besloot het initiatief te nemen. Maar voordat The Economic Board daadwerkelijk van start ging, waren ze twee à drie jaar verder. Bruls: “We wilden de belangrijkste spelers aan tafel. De gemeenten, kennisinstellingen en bedrijven die echt iets konden betekenen voor de regio. Dat bleek een uitdaging. En ook over de inhoudelijke koers was veel discussie. Ik zeg altijd: pak één ding en doe dat goed. Maar we kwamen niet tot één thema waarmee de regio zich kon onderscheiden.
Uiteindelijk kwamen we uit op Food, Health en Energy. Die thema’s zijn in de loop der jaren doorontwikkeld tot de huidige focus op Energy, Health en High Tech.”
Het bit in de bek
“De eerste jaren waren echt ploegen”, herinnert Bruls zich. “Je moest aan elkaar wennen. Soms dacht ik: hoelang moeten we hier nog aan trekken? Maar je moet het bit in de bek houden. Als je in iets gelooft, moet je ook durven doorgaan.” Met de kennis van nu zou hij het anders aanpakken. “Ik zou sneller met een paar concrete projecten zijn begonnen, in plaats van jarenlang discussiëren over de agenda en speerpunten”, zegt hij terugkijkend. Maar dat doorzetten heeft zijn vruchten afgeworpen. “Nu vliegt het”, constateert hij tevreden.
Stevige organisatie en samenwerking
Van Huffelen knikt. Toen zij in 2025 aantrad als voorzitter, trof ze een stevige organisatie en samenwerking. “Tien jaar geleden is er een prachtige basis gelegd. Het enthousiasme om samen verder te groeien, is sindsdien alleen maar groter geworden.”
Een belangrijke opbrengst is volgens beiden het onderlinge vertrouwen. Ook tussen onderwijsinstellingen. “Dat universiteiten en hogescholen elkaar opzoeken, ligt voor de hand”, zegt Bruls. “Maar dat ook de mbo-instellingen nu als gelijkwaardige partners meedoen, is een prachtig neveneffect.”
Beethovenplan
Hoe belangrijk die samenwerking is, bleek toen het kabinet een paar jaar geleden met het Beethovenplan kwam om de Nederlandse chipindustrie te versterken. Tot verbazing van Bruls werd de regio Arnhem-Nijmegen in dat plan niet genoemd. “Terwijl hier een van de grootste semiconclusters van de Benelux zit”, zegt hij nog steeds verontwaardigd. De regio schakelde snel. Er kwam een gezamenlijk talentprogramma, waarmee ook middelen uit het Beethovenplan naar de regio kwamen. “Zonder The Economic Board was dat veel moeilijker geweest”, stelt Bruls.
Zelfbewuster en offensiever
Van Huffelen vult aan: “Inmiddels gaat het veel verder dan talent alleen. We willen hier daadwerkelijk nieuwe bedrijvigheid ontwikkelen. Neem de plannen voor advanced packaging in de chipindustrie, oplossingen voor netcongestie en innovaties in de gezondheidszorg. We hebben hier zoveel kennis én mogelijkheden om die kennis toe te passen. Dat biedt enorme kansen.” Volgens Bruls is de houding van de regio daarmee wezenlijk veranderd. “Tien jaar geleden werkten we misschien vooral samen uit noodzaak. Nu zeggen we tegen Nederland en Europa: wij hebben iets te bieden. We zijn veel zelfbewuster en offensiever geworden.”
Nu moet het gebeuren
Met de Regionale Investeringsagenda, het Lifeport Partnerfonds en een gezamenlijke lobbyagenda breekt een volgende fase aan. “De plannen liggen er”, zegt Bruls. “Daarover bestaat nauwelijks nog discussie. Nu komt het aan op realiseren. Op het gebied van economie, wonen, mobiliteit en kennisontwikkeling.” Van Huffelen is ambitieus: “We moeten niet te klein denken. We willen het semiconcluster verdubbelen en verder groeien in Energy en Health. Daarvoor moeten we talent aantrekken, ook internationaal.” Ze droomt daarnaast van meer startups en scale-ups die de kennis uit de regio omzetten in nieuwe bedrijvigheid.
Niet zonder zorgen
Maar groei brengt ook zorgen met zich mee. “Hoe nemen we iedereen mee?”, vraagt Bruls zich hardop af. “Mensen waarderen juist het groene karakter van deze regio. Die zijn bang dat straks alles wordt volgebouwd. Dat begrijp ik.” Volgens hem moet economische ontwikkeling daarom hand in hand gaan met het behoud van wat de regio bijzonder maakt. “Om mooie oude dingen en tradities te behouden, moet je juist vernieuwen.” Van Huffelen is het met hem eens. “We willen niet alleen een regio met aantrekkelijke banen. Mensen moeten hier ook fijn kunnen wonen, hun kinderen kunnen laten opgroeien en kunnen genieten van de ruimte en het groen.”


