Artsen moeten doen waar ze goed in zijn
Met haar producten draagt Thirona eraan bij dat het uitselecteren van patiënten wordt geautomatiseerd. De verwachting is dat steeds meer screenings in de toekomst automatisch plaats zullen vinden. Van Rikvoort: “Als er op de scan iets afwijkends te zien is, hoeft de patiënt pas te worden doorgestuurd. Dat gebeurt bijvoorbeeld ook al bij het landelijke onderzoek naar baarmoederhalskanker bij vrouwen. De analyse van het uitstrijkje wordt geheel door robots gedaan.”
Pas als er een afwijking gevonden wordt, komt er een arts in beeld. “Het is van belang om het screenen van patiënten bij artsen weg te halen. Dan kunnen artsen weer doen waar ze goed in zijn. Denk aan aandacht geven aan mensen die echt ziek zijn, hen onderzoeken en behandelen. Uiteraard hebben we nog steeds artsen nodig om de beelden van de zieken goed te interpreteren. Onze tools kunnen, naast de screening vooraf, worden ingezet om de uiteindelijke diagnose nauwkeuriger te bepalen of om een behandelplan op te stellen”, licht Van Rikxoort verder toe.
Producten voor triage Covid-patiënten
In maart was het even spannend voor Thirona. Omdat door Covid-19 bijna alle zorg werd stilgelegd vielen de inkomsten stil. Het zorgde echter ook voor een andere ontwikkeling. “Ziekenhuizen gingen uit nood met beelden werken om heel snel te kunnen zien of iemand opgenomen en/of geïsoleerd moest worden. Wij bedachten dat longfoto’s ook gebruikt kunnen worden voor triage, zonder dat een officiële diagnose nodig is. Nu kunnen radiologen met behulp van templates een score geven aan de beelden van de patiënt. Deze helpen hen keuzes te maken. Niet zozeer of iemand covid heeft, maar wel of de patiënt bijvoorbeeld naar huis kan of opgenomen moet worden.”
Om dit voor elkaar te krijgen heeft Thirona met het Radboudumc heel snel beelden verzameld. Binnen een maand werden twee AI-oplossingen ontwikkeld, zowel voor de CT-scan als röntgenfoto’s. Een maand later waren deze, dankzij allerlei noodwetten, al klinisch gecertificeerd. Van Rikvoort: “Direct hebben we onze producten gratis ter beschikking gesteld, zodat ontwikkelingslanden ook toegang hebben. Wij waren blij dat we op deze manier iets kunnen bijdragen aan deze mondiale crisis.”
De producten zijn ontzettend populair, zo gaat ze verder: “Door de grote hoeveelheid aandacht is het ook opgepikt door de Nederlandse Investeringsbank, die inmiddels zorgt voor financiële ondersteuning van de cloudoplossing. Ook grotere bedrijven hebben het opgepikt. Zij zorgen ervoor dat de oplossingen in ziekenhuizen worden geïntegreerd, zodat ze daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Hierdoor zijn we in contact gekomen met potentiële gebruikers van onze andere producten. Dat was niet de opzet, maar is wel mooi meegenomen.”
Fors uitbreiden
Thirona overweegt haar portefeuille uit te breiden met meer infectieziekten. Ook zet ze op dit moment in op chronische aandoeningen, zoals taaislijmziekte. “Daarmee kunnen we veel toevoegen aan de gezondheidswinst van patiënten. De – vaak jonge – mensen worden met deze aandoeningen een stuk ouder dan voorheen. We zoeken vooral de niches op. Mogelijk ontwikkelen we in de toekomst ook software voor andere organen, maar in eerste instantie houden we ons bezig met longziekten.”
Daar is nog veel te winnen, want meerdere longziekten staan in de top tien van meest voorkomende doodsoorzaken. Om longen te onderzoeken heb je altijd beelden nodig. Een derde van de CT-scans betreft longen. Om aan alle aanvragen te kunnen voldoen wil Thirona de komende twee jaar fors uitbreiden. Het liefste met mensen uit de regio, maar dat blijkt lastig. “Het merendeel van mijn medewerkers komt uit het buitenland. Toevallig heb ik net iemand uit Nijmegen aangenomen, maar dat is een uitzondering. Veel mensen studeren hier in Nijmegen AI en informatica, maar blijven niet in de regio werken. Grote bedrijven trekken ze weg. Met name softwareontwikkelaars en die zijn sowieso heel schaars.
Ik zou daarom nog meer willen samenwerken met de universiteit en het ziekenhuis om onze ‘Health IT regio’ op de kaart te zetten. Daarnaast wil ik het onderwijs aanmoedigen om studenten de verschillen uit te leggen tussen werken voor een start–up of een groot bedrijf. Daartussen zit een groot verschil. Daar zouden ze een speerpunt van moeten maken.”